René Havermans: “Het is een leergierige groep en ook de staf geeft mij een goed gevoel. Als coach en zeker als club mag je daar trots op zijn.”

Havermans (m) in actie als tacticus tijdens een time-out.

door: Ulis van Maanen

DEN HAAG – Een vraaggesprek met de nieuwe technisch adviseur / trainer/coach van ZVV Den Haag Vrouwen lijkt logisch na de aansprekende winstpartijen in 2019. Met de aanstelling van futsal expert René Havermans als technisch adviseur begint het eerste vrouwenteam van ZVV Den Haag aan een nieuw tijdperk. Samen met trainer/coach Robert Verheij pakt hij de zaken anders aan. Op dit moment bezet de Haagse promovendus de 8e plek in de Eredivisie zaalvoetbal vrouwen.

Na een matige start, begint ZVV Den Haag na de winterstop te wennen aan het niveau van de eredivisie. Inmiddels is het na 18 duels vrijwel zeker dat de vrouwenploeg van Verheij & Havermans zich definitief heeft veiliggesteld. En dit als promovendus.

Tijd dus voor een evaluatie en René Havermans enkele vragen te stellen. De Haagse Westlander is geen onbekende in de zaalvoetbal wereld. Met de nationale bondscoach Max Tjaden heeft Havermans nog steeds contact. Dit omdat ook Max Tjaden door Havermans is gaan zaalvoetballen en ook van Max zijn leermeester was. Hierdoor is er een hechte vriendschap, waardering en respect voor elkaar.

Vraag: In 2017 was je nog eindverantwoordelijk voor de mannenselectie. Waarom kies je nu voor de vrouwen?
Havermans: “Ik ben drie jaar geleden bij de mannen gevraagd om te ondersteunen met trainingen en op technisch beleid. Echter liep dat anders en werd ik coach van het team, en heb samen met het huidige bestuur geprobeerd om een goede en financieel sterke organisatie neer te zetten. Daarbij de afspraak gemaakt dat we op zoek moeten naar een andere coach. De club was na drie jaar rijp voor om met de nieuwe coach verder te gaan . Moment dat ik stopte, was er een basis met veel jonge spelers die zich hebben kunnen ontwikkelen en nu met de aanvulling van een aantal routiniers, is er een stabiele groep die onder leiding van Steven Poeran en Jan Brand kampioen zijn geworden. Dat doet me goed en op en vanaf de zijlijn ben ik de club blijven volgen. Ik had goed contact met Tulin Kilic en die heeft me gevraagd of ik wilde helpen bij de vrouwen, ik heb dus geen keuze gemaakt voor de vrouwen maar ben wederom ingestapt om ook hier weer ondersteuning te geven. Dit beviel me wel en de dames ook, waarna er een gesprek is geweest met bestuur of ik meer wilde doen, dit om de technische staf te ondersteunen. Helaas heeft Tulin Kilic afscheid genomen en moest ik samen met Robert Verheij het stokje overnemen. Dat was dus niet indirect mijn keuze maar een samenloop van omstandigheden.”

Vraag: Is het niet lastig om als opleider een allround vrouwen ploeg te leiden?
Havermans: “Nee dat is niet lastig , ik denk dat het belangrijk is, dat je als opleider er neutraal instaat en het altijd als een uitdaging moet zien om spelers / speelsters beter te maken. Dat is denk ik de taak van een coach en waar je mee bezig moet zijn. Die kwaliteiten binnen het team en de speelsters individueel beter te maken. Of dat dan mannen of vrouwen zijn moet niet uit maken. In mijn carrière als coach heb ik nu jeugd gedaan senioren en dan nu de vrouwen, het is voor mij weer een andere uitdaging en ik moet zeggen dat het me tot nu toe niet tegenvalt. Het is een mooie groep die bereid is om te leren en we zien ontwikkeling. Wat me ook een goed gevoel geeft is de mensen erom heen, de staf die er allemaal vrijwillig tijd in steken en ook mee werken om deze groep het beste resultaat willen laten behalen. Daar mag je als coach en zeker als club trots op zijn”.

Vraag: Je hebt bij de mannen altijd aangegeven welk doel je ambieert. Opleiden van spelers en daarbij de club een basis geven van spelers die uit de eigen gelederen komen. Hoe zie dit bij de vrouwenafdeling? 
Havermans: “Dat is lastig omdat we nog geen jeugd hebben bij de vrouwen, daar moet nu aan gewerkt worden. Er kan ook een mogelijkheid zijn om een goed tweede team te creëren, waar je spelers kan opleiden. Dit geeft in de organisatie wel weer een uitdaging omdat je ook hier weer de juiste mensen op moet hebben. Het opleiden moet aansluiten op de visie van de club, en het technisch beleid plan. Daar valt nog wel wat in te doen. Maar goed we moeten stap voor stap werken aan de opbouw en niet te hard van stapel lopen. Als club doe je het nu goed, het eerste team mannen in de eerste divisie de vrouwen in de eredivisie , dat is toch een hele prestatie en je weet mijn doel was een topclub in Den Haag en ik denk dat we deze weg aardig ingeslagen zijn. Wat nu belangrijk is om dit vast te houden, en de mensen die je nu om je heen verzameld hebt om deze te behouden. Dan denk ik, dat je vanzelf meer in de breedte kan groeien zeker met een topsport uitstraling. Een tweede team met daarin jong talent zou een mooie uitdaging zijn”.

Vraag: Hoe zou je het lopend seizoen willen afsluiten. Drs. Vijfje en KTP Roden komen nog langs in het Zuiderpark. Is de nacompetitie nog haalbaar na het onverwachte ‘Heerhugowaard-debacle’? 
Havermans: “Ik weet niet of we de nacompetitie nog halen, we krijgen inderdaad nog twee zware tegenstanders en daar moeten we het tegen laten zien of we de play-offs waard zijn. We hebben het na het verlies tegen Reiger Boys niet echt zelf meer in de hand,  dus denk ik dat we gewoon per wedstrijd moeten kijken, en gewoon de punten pakken die je  kan pakken. Niet meer en niet minder”.

Vraag: Ben je al bezig met het volgend seizoen in de eredivisie? Is ZVV Den Haag een ‘sleeping giant’ in jouw visie?
Havermans: “We zijn wel al bezig met het volgend seizoen, en willen een doel bepalen voor het volgend seizoen. Het liefst met de huidige speelsters en daarbij wat aanvulling. Bouwen aan een stabiele groep is de basis en van daaruit verder werken. Of wij een sleeping giant zijn weet ik niet, mijn mening is dat we uit deze groep meer kunnen halen, en dat we een giant kunnen worden moeten we zelf bewijzen.
We moeten ontwikkelen en doorgroeien dat moet het doel zijn, dit wel op een manier waar iedereen ook de tijd en de mogelijkheid heeft om te ontwikkelen . De lat moet niet te hoog liggen dat geeft te veel druk, en daar ontwikkel je spelers niet mee, spelers ontwikkelen zich door inzet, de wil om te leren en vertrouwen en geloof in jezelf”.